Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN GEWELDIGE TELEURSTELLING

„Vertel nu eens wat anders”, mopperde Hans, die bezig was een rijtje woorden uit het hoofd te leren,

Doch Kees stoorde zich niet aan het verzoek van Hans en begon voor de tiende maal aan zijn gedicht. Zeer tot ergernis van Hans schreeuwde hij nu bijnam

Tick, the clock says, tick, tick tick!

What you have to do, do quick.

Time is gliding fast away-.

Let us act and act to-day.

Misschien had Kees ook voor de elfde maal het schone gedicht door Hans’ werkkamer laten schallen, als hij niet plotseling stokstijf voor de spiegel was blijven staan. Want Hans had, achter Kees’ rug, zijn studieboek in een hoek gesmeten en begon, als een wilde die een krijgsdans uitvoert, in de kamer heen en weer te springen. Daarbij schreeuwde hij meest onverstaanbare klanken. Doch toen Kees van de eerste schrik bekomen was, verstond hij zoveel van het Indianengehuil, dat het woord Eureka zijn oor bereikte.

Kees draaide zich om, keek Hans oplettend aan en vroeg toen: „Hallo! Wil je nog Qrieksch leren ook?”

Hans staakte zijn krijgsdans en antwoordde, een beetje buiten adem: „Luister, ongeluksvogel. Luister naar hetgeen ik te vertellen heb. — Weet je wat er nog kan gebeuren?”

Kees keek zijn vriend onnozel aan en vroeg toen: „Wat nog kan? Wat bedoel je?”

Hans kneep zijn ogen half dicht en zei geheimzinnig knipogend „Vliegmachien.”

Hans, die in Kees’ ogen de vrees las dat er met zijn verstandelijke vermogens iets niet in orde was, vroeg nog: „Begrijp je me niet?”

„Neen”, gaf Kees volmondig toe.

„Mr. Williams 'kan morgenochtend met een vliegmachien hier

zijn om ons te halen.”

Sluiten