Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN GEWELDIGE TELEURSTELLING

Hans en Kees gaven geen antwoord, maar duwden den notaris de zo pas ontvangen brief'onder de neus.”

„Nou begrijp ik er nog minder van”, zei deze, nadat hij de brief gelezen had. „Jullie krijgen bericht dat er van de voorgenomen reis niets kan komen en inplaats van in de put te zitten,

trekken jullie gezichten als een potsenmaker. Hoe heb ik dat nou?”

„Het valt U zeker tegen, mijnheer Bakker”, zei Kees plagend „Tegen niet, Jongens. Het valt me mee. Kijk eens aan, die brief is meer dan een gewone teleurstelling, En nu verheugt het mij, dat jullie die teleurstelling zo moedig dragen.”

„Een kwartier geleden niet, vader”, antwoordde Hans.

„Dat begrijp ik. Jullie humeur zal daarstraks bedenkelijk beneden nul gestaan hebben. Maar je bent er nu door heen dat zie ik wel.” • ,

„Och ja. Er is niets aan te doen. Zeuren helpt immers niet” ^i Kees, maar een heldhaftigheid die Hans moest bewonderen.’

„Juist, juist! Dat doet me plezier. Jullie staan nog aan het begin van je leven en zult nog menige teleurstelling moeten shkken eer je grijze haren hebt. Vroeg teleurstellingen en tegenslag leren draden, kweekt flinke en kranige kerels. Voor de wind zeilen is zo’n kunst niet, maar om met tegenwind te komen

waar je wezen wilt, dat is moeilijker, vaak ook veel dankbaarder.”

De beide vrienden lieten iets van hun grappigheid los en uisterden oplettend naar de wijze lessen die notaris Bakker uitdeelde. Doch dit nam niet weg, dat de brief uit Engeland de gehele morgen het onderwerp bleef van het gesprek. Want al hadden Hans en Kees, als twee gezonde kerels, de grote teleurstelling moedig gedragen, het was nu eenmaal een feit, dat hun vacantie er danig door in de war geschopt werd. Wat

moesten zij nu zo gauw verzinnen om toch een plezierige vacantie te hebben?

„Jullie moeten vannacht maar eens rustig slapen en morgen nieuwe plannen maken”, raadde mevrouw Bakker de jongens

Sluiten