Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN ALLERGELUKKIGSTE OPLOSSING

traden, na een seintje gekregen te hebben dat zij verwacht werden, en daar drie volwassen mensen ontmoetten met gezichten waarop kinderlijke vreugde te lezen stond.

„Een buitenkansje gehad, vader?”, vroeg Kees aan zijn vader. „Ik geloof het wel, jongen.”

„In ieder geval heeft jou vader een gelukkige gedachte gehad”, voegde de notaris er aan toe.

. „Hebben wij met die gelukkige gedachte iets te maken, mijnheef Brandsma?. , vroeg Hans, de vader van zijn vriend' strak aankijkend.

„Natuurlijk. Anders hadden wij jullie niet behoeven te roepen.”

„Waar waren jullie mee bezig toen ze je kwamen roepen?”, vroeg de havenmeester, die brandde van nieuwsgierigheid om zijn ontdekking te vertellen.

„Eerlijk gezegd liepen wij ons in de tuin een beetje te vervelen, vader.”

„Nog niets gevonden zeker?”

„Het is niet gemakkelijk”, zuchtte Kees, als antwoord op de vraag van den havenmeester.

Tot hun verwondering zagen de jongens hoe er een geheimzinnig lachje over het gelaat van de drie samenzweerders gleed. „Hebt U met zijn drieën iets uitgebroed?”, vroegen zij.

In de toon die door die vraag schemerde, beluisterden de ouders de hoop dat het aan de volwassenen mocht rijn gelukt hun een denkbeeld aan de hand te doen, dat van de grote vacantie nog iets bijzonders zou weten te maken.

De vader van Kees wilde de jongens niet langer in het onzekere laten en nam het woord,

„Maak je maar niet druk meer, jongelui. Ik geloof dat ik jullie een prettige vacantie kan bezorgen.”

Nu begonnen de gezichten van Kees en Hans te, glimmen van plezier, zodat als er op dat ogenblik een vreemdeling was binnen gewandeld, het gehele gezelschap de indruk had gemaakt van erg veel genoegen te hebben.

Sluiten