Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN ALLERGELUKKIGSTE OPLOSSING

- waarop 3e oude boetschuur stond, was zoals reeds gezegd, een kilometer of tien lang en ongeveer een kilometer breed. Het was een zogenaamd opgespoten terrein, waarop het gras welig groeide en ontelbare wilgenbomen, wonderlijk en zond,er enige regelmaat, hier en daar als uit de grond gesprongen waren. De jongens onderzochten eerst het gehele terrein en ontdekten al spoedig wonderlijk mooie plekjes. Hier en daar waren de wilgen in een grote kring gegroeid en brachten zo een ruim stuk grasveld in een weldadige schaduw. Op het gehele terrein was het zo stil, zo totaal vreemd, dat je, als je er eenmaal een poosje vertoefde, geen flauw besef meer had waar je eigenlijk de bewoonde wereld móest zoeken. Wel het meest kwam dit nog, omdat langs de Maaskant de bomen even gretig gegroeid waren als op het overige gedeelte van het terrein.

„Het zal hier ’s avonds geheimzinnig zijn, Hans”, zei Kees, na een onderzoekingstocht over het uitgestrekte terrein.

„Het valt me geweldig mee. Als we willen, kunnen we hier of daar tussen de wilgen een tent opzetten om een bivak op te slaan.

„Ik begin er wel wat voor te voelen”, antwoordde Kees. „Vader heeft gelijk gehad. Laten wij eens naar de rivier gaan kijken.”

De beide vrienden zochten de rivierkant op en slaakten een kreet van bewondering, toen zij de zoom van het terrein hadden bereikt. Want voor hun ogen vertoonde zich een schitterend schouwspel. Breed en machtig stroomde het water van de Nieuwe Maas voor hun ogen voorbij. De zon toverde gouden lichtjes op de kleine glofjes. Vrolijk dansten een paar schuiten voorbij en het kleine pittige bootje van het overzetveer naar de Vondelingenplaat, dat pas een enkele maand dienst deed, gleed zo brutaal en vinnig door het water, dat de jongens er geboeid naar keken. Het zou een genot wezen, hier rustig tegen de glooiing te liggen kijken naar het voorbij varen van de tientallen schepen die hier ongetwijfeld dagelijks voorbij voeren.

Sluiten