Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III

EEN WONDERBARE ONTDEKKING

R rpct \70ti rlP rlorr nn n-oon f.+nlrlr«M J „ 11 _

^ ▼▼ wi iuui\w/ \i\l WM I ULIVIMMNJ

kampbenodigheden bij elkander fe krijgen. De beide vrienden Hans en Kees kwamen tot de ontdekking, dat zij een afgrijselijke hoop dingen nodig hadden als ze een week of vier buitenshuis wilden doorbrengen. Want toen zij een uur of wat bezig geweest waren, leek de katnér van Hans wel een’ uitdragerij. Het was een complete ruïne van potten en pannen, jassen, dékens, sokken, schoenen, rollen touw, glazen, flessen en boeken, Alles lag schots en scheef door elkaar op de grond, op de tafel, op het bed van Hans, op de stoelen en op de schoorsteenmantel. Een mandoline lag eenzaam tussen een paar zwembroeken en een veldfles op de tafel en op de schoorsteenmantel prijkte een Engels woordenboek naast een hlik vactp cnirïfnc aan aan

— ~ i VVU Wil

voetbalschoen. De wonderlijkste dingen bleken aanwezig te zijn en de meest noodzakelijke nergens te vinden.

„Als ’t zo doorgaat, Kees, zijn wij nog in geen drie weken klaar met pakken”, zuchtte Hans, vergeefse pogingen in het werk stellend om een pot met augurken in een weerspannige koffer te duwen.

„Hou nou eens even je snuit”, mopperde Kees. „Je ziet toca wel dat ik bezig ben met een pak beschuiten. Als je nog één kik geeft, eet je in ’t kamp niets dan kruimels.”

Hans zweeg. Niet omdat hij zo bang was in ’t kamp alleen kruimels te eten te krijgen, maar omdat hij tot zijn grote ontsteltenis zag, dat er met zijn gemartel om de fles augurken in de koffer te krijgen een stuk roomboter terecht gekomen was in een pot groene zeep. Met een schuwe blik op Kees, haalde hij de boter uit de zeep en veegde die met zijn zakdoek zo goed mogelijk schoon. Hans was er wel van overtuigd dat de boter er niet smakelijker op geworden was, maar dacht vrijwel hardop: „Dat komt in ’t kamp wel weer in orde. Vieze varkers worden niet vet.’

Sluiten