Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN WONDERBARE ONTDEKKING

„Zei je wat?”, vroeg Kees, een wantrouwde blik op Hans werpend.

„Niets, niets, maak je maar niet zenuwachtig”, foeterde Hans, die zich er aan ergerde dat hij een beetje hardop gedacht had.Tegelijk wierp hij de koffer met een slag dicht, luisterde even naar een verdacht gerinkel dat uit de gesloten koffer kwam en vroeg zich toen af welke zonderlinge combinatie er in ’t kamp uit de koffer te voorschijn zou komen. Hij was er evenwel van overtuigd, dat er aan een eventuele schade toch niets meer te veranderen was, haalde daarom de schouders op en begon aan een ander karwei.

De helft van de avond ging zwoegend voorbij. Grote zweetdruppels parelden op hun voorhoofd. De rommel minderde niets, ’t Leek wel of zij, hoe meer zij pakten in hoe groter bende kwamen te zitten. Dit duurde tot de moeder van Hans naar boven kwam om eens te kijken hoe ver de jongens met hun spulletjes gevorderd waren. Zij sloeg bij het zien van de heidense bende van verbazing de handen in elkaar.

„Wat willen jullie in ’s hemelsnaam allemaal meenemen?”, vroeg zij toen, terwijl zij wees op de stapels koffers en pakken, die over de gehele vloer verspreid lagen.

Hans keek zijn moeder een beetje schuchter aan en zei: „Niets meer dan wij denken nodig te hebben.”

. „Wat zit er allemaal in dat pak?”, vroeg zij, een groot pak uit een hoek halend.

Hans krabde zich achter het oor en antwoordde: „Ik weet het heus niet meer, moedertje. Dat zullen wij in ’t kamp wel uitzoeken.”

Mevrouw Bakker schudde het hoofd.

„Daar deugt niets van, jongetjes”, ging zij op onderwijzende toon verder. „Jullie nemen veel te veel mee. ’t Lijkt wel of je een wereldreis moet gaan maken.”

„Denkt U dat wij dit allemaal niet nodig hebben?”, vroeg Kees hoopvol, want hij moest van dat sjouwen met al die koffers en pakken niets hebben.

Sluiten