Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

EEN WONDERBARE ONTDEKKING

Op dat gras kom je met een zwaar beladen wagen niet zo ge* makkelijk vooruit”, stelde Kees voor.

Hans ging op het voorstel van Kees in, omdat hem dat inderdaad verstandiger leek.

„Wat doen wij met de lege wagen?”, vroeg hij voor zij begonnen met het afladen.

„Die zal vader hier vandaan laten haden. Daar behoeven wij ons dus niet om te bekommeren.”

Het overbrengen van de pakken zou weinig moeilijkheden opleveren. Het terrein dat, zoals reeds gezegd, begon daar waar de Galgkade eindigde, was van de weg alleen gescheiden door een doodgewoon houten hek, dat blijkbaar nooit de weelde van een slot gekend had. De eigenaar van het terrein scheen zo weinig om zijn bezitting te geven, dat hij het niet de moeite waard gevonden had voor een behoorlijke afschuiting zorg te dragen. Alleen het onvermijdelijke bordje Verboden Toegang Art. 461 Wetboek van Strafrecht, moest dienen om eventuele nieuwsgierige wandelaars van het veld af te houden.

„Erg vrij zullen wij daar wel niet zitten, Kees”, zei Hans, een blik op het eenvoudige hek werpend.

„Waarom niet?”, vroeg Kees onnozel.

„Wel, omdat een ieder die daar zin in heeft het terrein op kan komen.”

„Wat zou dat? Laat maar komen wat wil”, antwoordde Kees onverschillig.

Hans ging er niet verder op door. ’t Kon ook hem niet veel schelen. Als er al te veel nieuwsgierigen zouden komen, Zochten zij wel een middel om daar een eind aan te maken.

Van de wagen naar de schuur moesten zij ongeveer een minuut of tien lopen door het hoge gras. Die tochten waren erg vermoeiend, want de pakken die zij over te brengen hadden waren zwaar en het lange gras belemmerde hen in hun bewegingen. Vier keer hadden zij de tocht al afgelegd en juist maakten zij zich gereed óm voor de vijfde en laatste keer het terrein over te steken naar de schuurt toen et era goed gekleed heer op

Sluiten