Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN WONDERBARE ONTDEKKING

liet vallen, met het kennelijke voornemen het zich zo gemak* kelijk mogelijk te maken, verijdelde hij dit voornemen door zijn vriend overeind te zetten en te vragen: „Denk je dat we al klaar zijn, luiwammes?”

„Ik dacht het”, mompelde Hans, een verdrietige blik werpend op het heerlijke lange gras, waarin het'zo kostelijk rusten zou zijn.

„Op geen stukken na. Weet jij hoe laat het is?”

„Hoe laat?”

Hans schrok en graaide zenuwachtig in al zijn zakken. Natuurlijk te vergeefs. Kees, die dat gezoek eerst met verbazing had aangezien, begon nu ook in zijn zakken te zoeken, om tot de verpletterende ontdekking te komen dat ook hij geen horloge bij zich had.

Gelukkig begon er op dat moment ergens in de verte een klok te slaan.

„De grote torenklok!”, schreeuwde Hans opeens.

„Als je nu even je snuit houdt weten wij tenminste hoe laat het is”, wees Kees Hans terecht.

Zwijgend telden zij de slagen, die duidelijk hoorbaar tot hen doordrongen.

„Al tien uur, jo”, zei Kees, toen de toren niet meer sprak.

„’t Wordt tijd dat wij de schuur onder handen nemen.”

'„Vooruit dan. Wie het eerste er is.”

Zij zetten het op een lopen en Kees had de wedloop zeker gewonnen, als hij niet gestruikeld was. Nu kwam Hans het eerste bij oude schuur aan.

Drommels, wat was dat? Zag hij dat nu goed? Stond de deur van de schuur nu open?

„Kees, Kees! De deur is open!”

Kees, die inmiddels overeind gekropen waS en ietwat voorzichtiger de schuur tegemoet ging, vroeg zich af of Hans missiën zoiets als een tijdelijke verstandsverbystering gekregen had. Hoe kon die kerel nu zoiets krankzinnigs zeggen! De deur van -de schuur was gisteren gesloten geweest; gesloten

Sluiten