Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN VEELBEWOGEN MIDDAG

„Wat is er nou?”, drong Hans verwonderd aan.

„Weet je van wien die koffer daar is?”

„Ik niet.”

„Dat ding is van den vreemdeling, die ons vanmorgen uithoorde.”

„Dus dan hebben wij hem twee dagen geleden in de stad zien lopen.”

„Daarom kwam zijn snuit mij zo bekend voor.”

Het was nu allemaal vrij eenvoudig. Weliswaar wisten zij n,u nog niet wat die man gedreven- had zijn intrek te nemen in deze oude schuur en waarom hij zo brutaal geweest was bezit te nemen van iets dat hem niet toebehoorde en waarvoor hij geen toestemming had, maar zij wisten nu wie hij was. Tenminste, tot op zekere hoogte, yan een naam was natuurlijk geen sprake.

„Weet je wat wij het best het eerst kunnen doen, Hans?”, zei Kees na een laatste blik geworpen te hebben door het keurige interieur van het geheel.

„Zeg het eensl”

„Zorgen dat wij wat te eten krijgen en na het eten eens rustig nadenken over wat ons te doen staat.”

Dat voorstel viel bij Hans in goede aarde. Zij zorgden ervoor dat er niets van de spulletjes veranderd werd, trokken de deur weer los achter zich dicht en spoedden zich naar de tent.

, Hans, die het beste met de kokerij op de hoogte was, zou zich bezig houden met het graven van een veldkeuken, terwijl Kees langs de rivier zou gaan zoeken naar brandhout.

Hans trok met ijver aan het werk, zich onderwijl het hoofd brekend met de vraag of hij de carbonade zou kunnen bakken, met de boter die in de groene zeep gelegen had. Hij besloot zijn gepeins met het onvermijdelijke maar voor lief te nemen, Misschien was Kees wel zo verdiept in het mysterie van de schuur, dat zijn smaak er onder geleden had.

Intussen scharrelde Kees langs de oever van de rivier. Hij trof het buitengewoon, Het water was laag, sodat er langs de

Sluiten