Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN VEELBEWOGEN MIDDAG

terug, waar Hans de laatste hand legde aan zijn veldkeuken. Het ding zag er schitterend uit en zou ongetwijfeld aan de verwachtingen beantwoorden.

„Net op tijd, Kees. Heb je hout?”

„Een arm vol.”

„Mooi. Eerst een kop chocolade?”

„Ja, voor het te heet wordt.”

De chocolade was spoedig gezet en smaakte verrukkelijk* Toen de eerste kop genuttigd was, ging Kees gemakkelijk languit op het gras liggen, knipperde eens geheimzinnig met zijn ogen en zei: „Er is weer een raadsel bijgekomen, Hans.”

„Je maakt toch zeker gekheid.”

„Neen. Weet je nog wel dat vader het had over een boot om te zeilen en te vissen, toen hij met zijn plan voor de dag kwam?”

„Ja zeker, dat herinner Ik me goed.”

„Nu, er is nergens een boot te vinden.”

„Dat moét, Kees. Je hebt natuurlijk niet goed gekeken.”

Uitvoerig vertelde Kees nu zijn ervaring, hoe hij wel een haventje, een steiger en een ketting gevonden had, maar geen boot.

Die mededeling scheen Hans te treffen. Hij moest nu wel aannemen dat Kees gelijk had.

„Ik vind het erg verdacht”, zei hij na enige ogenblikken van gepeins.

„O zo. ’t Is hier helemaal een rare boel. Let nu eens even op”, ging Kees op ernstige toon verder. „Vader komt de eerste dag van onze vacantie voor de dag met het plan hier ons bivak op te slaan. Wij kunnen gevoegelijk aannemen dat hij er met niemand over gesproken heeft, behoudens natuurlijk den eigenaar van het terrein.”

„Qoed, ga verder”, beval Hans.

„Wij gaan een middag het terrein verkennen en vinden om te beginnen de schuur, die nog wel onze toekomstige verblijfplaats moest worden, gesloten. Wij gaan netjes om de sleutel vragen en het blijkt, dat de eigenaar niets van een sleutel afweet. Wij

Sluiten