Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN VEELBEWOGEN MIDDAG

De verbazing van de beide jongens was zeer begrijpelijk, Want voor hun ogen dobberde op het zilver glanzende water het kostelijkste bootje dat men zich denken kan. Wit geschilderd, met een hoge mast, een lief kajuitje en oranje wimpel was het precies een plaatje,

„Jij hebt met je neus gekeken vermorgen, Kees!”

Kees haalde de schouders op als vond hij het niet de moeite op deze insinuatie in te gaan. Hij haastte zich de glooiing af en constateerde het zonderlinge feit dat het bootje keurig netjes gemeerd lag aan het steigertje door middel van de ketting. In het hangslot, waarmede het bootje voor diefstal kon worden gevrijwaard, stak de sleutel.

„Nou begrijp ik er helemaal niets meer van, Hans”, zei Kees, met een oprechte verbazing in zijn stem.

„Hans”, zo ging Kees verder,” ik gedï je de verzekering dat hier vanmorgen geen boot lag.

Kees zei die woorden op plechtige toon en dat maakte zulk een indruk op Hans, dat hij op ’t zelfde moment wist dat Kees niet dwaalde, maar dat hij inderdaad bij zijn eerste onderzoek geen boot gevonden had. Koortsachtig zochten zij allebei naar een oplossing van dit vreemde geval. Wie kon in die paar uur de boot gemeerd hebben?

„Dat begrijp ik, jong”, gaf Hans toe.

„Misschien had de eigenaar het bootje uitgeleend, Kees” opperde Hans.

„Uitgeleend?”.

„Ja. Het kan best dat hij, nu hij weet dat wij hier gearriveerd zijn, opdracht gegeven heeft het schuitje te brengen.”

Zo op het eerste gezicht leek dit mogelijk. Maar al spoedig schudde Kees het hoofd.

,Jk geloof er niets van, Hans,”-

„Waarom niet?”

„Wel, omdat, als je redenering juist is, degene die het bootje terug gebracht heeft ons wel even gewaarschuwd had.”

Sluiten