Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN VEELBEWOGEN MIDDAG

„Maar die aanwezigheid van de sleutel, wijst er toch op, dal de brenger ons de. boot afstaat”, wierp Hans tegen.

„Die sleutel kan vergeten wezen. Weet je wat ik denk?”

„Nu?”

„Die vreemdeling 1”

Een ogenblik stonden de jongens sprakeloos. Zou de vreemdeling het bootje weggehaald hebben en later weer teruggebracht? Het kon. Iemand die zo brutaal was het eigendom van een ander in beslag te nemen en zonder toestemming van den eigenaar in te richten als een soort villa, was ook in staat die boot mee te nemen. Maar als dat zo was, waarom had hij dan de sleutel in het slot laten zitten, toen hij het bootje terugbracht?

„Ik weet er geen raad op, Hans”, gaf Kees eerlijk toe.

„Ik evenmin. Zullen wij eerst wat gaan zwemmen?”

„Wie het eerst in ’t water is.”

Bijna tegelijkertijd doken de beide jongens van het steigertje in ’t water en amuseerden zich een uur lang uitbundig met de edele zwemsport. Toen zij er genoeg van hadden en zich heerlijk opgefrischt voelden, kleedden zij zich aan en ondernamen de terugtocht naar hun kamp. Onderweg spraken zij weinig. Zij waren elk met hun gedachten bij de vreemde dingen, die zij die eerste dag al hadden meegemaakt. Het beeld van den vreemdeling die achter al die gebeurtenissen scheen weg te schuilen, nam al gauw een fantastische om'vang aan.

Toen zij tot op enkele tientallen meters de oude schuur genaderd waren, stond Hans opeens stil en hield ook Kees bij zijn mouw tegen.

„Luister eens, Kees”, zei hij, fluisterend als was hij bang dat iemand hem kon horen.

„Wat is er ?”, vroeg Kees, een beetje wrevelig, want hij vond dat gefluister midden op de dag, als de zon nog hoog aan de hemel stond, wel een beetje zot.

„Laten wij de schuur besluipen. Misschien betrappen we die snuiter wel op het een of ander,”

Sluiten