Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V

HDE MAN UIT JAPAN

r gingen enkele seconden voorbij, waarin de jongens stom

van verbazing, keken naar de rustig voor hen zittende figuur. Alles hadden zij eerder verwacht dan deze zonderlinge ontmoeting. Als zij daarstraks, toen zij door het raam van de oude schuur loerden, gezien hadden dat de vreemdeling, als een alchimist uit vroeger eeuwen, bezig geweest was met het koken van allerlei onmogelijke mengsels, dan waren zij vast niet zo geschrokken als nu. Want nu stonden zij stom en star te kijken naar den man, die hen met een paar lachende ogen aankeek, als had hij zelf schik in de verwarring die hij gesticht had. Zoals gezegd, duurde die zonderlinge situatie maar enkele seconden. Toen stond de vreemdeling op, deed enige schreden naar de jongens toe en zei op een vriendelijke toon, die niet van de minste verrassing blijk gaf: „Goedenmiddag samen. Komen jullie ïfie eens opzoeken?”

Hoewel Kees en Hans nu wel van de eerste verbazing bekomen waren, vonden zij nog geen woorden om te antwoorden, nog steeds geslagen als zij waren door de zeldzame brutaliteit die de vreemdeling ten toon spreidde. Zij bepaalden zich er toe, maar eens flauwtjes te glimlachen en deden daarbij alle mogelijke moeite zich een behoorlijke houding te geven. De vreemdeling deed echter of hij van hun verlegenheid niets bemerkte. Hij verzette zijn stoel, zodflt de deur vrij kwam, hernam zijn vorige houding en zei: „Haal een stoel, jongelui, en hou me een poosje gezelschap.”

Bij deze woorden keek de vreemde snuiter de jongens zo doordringend aan, dat zij als ’t ware gedwongen werden aan zijn verzoek te voldoen. Vooral toen de man hen achterna riep: „Jullie weten de weg wel hè. Je bent immers al eens meer binnen geweest.”

Pas toen zij, vóór den vreemdeling, onder de schaduw van de hoge populieren zaten, hernam de werkelijkheid haar rech-

Sluiten