Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAN UIT JAPAN

een beetje erger. Doch de onverstoorbaarheid van den vreemdeling was opvallend.

„Willen jullie dat ik verdwijn?”, vroeg hij, terwijl een spottende glimlach zijn lippen krulde, als wilde hij daarmede te kennen geven dat zij er niet op behoefden te rekenen dat die wens vervuld zou wordei?

De jongens gaven geen antwoord. Zij misten de moed om den man recht in zijn gezicht te zeggen dat zij het inderdaad heel prettig zouden vinden als hij de plaat poetste. Het scheen echter dat de vreemde man geen antwoord verwacht had, want op dezelfde gemoedelijke, onverstoorbare toon ging hij verder: „Ik ben zo juist van een verre reis thuisgekomen en vond deze omgeving uitstekend geschikt om te werken aan mijn boek!”

„Bent U een boek aan ’t schrijven?”

„Ja, een boek over het land van de. Lotus, Japan. Jullie begrijpt zeker wel, dat ik daarvoor een rustig plekje moet hebben. Nu had ik natuurlijk wel den eigenaar van dit terrein toestemming kunnen vragen, maar ik was bang dat hij zijn mond niet zou kunnen houden, en dan liep ik grote kans om hier allerlei ongewenst bezoek te krijgen. Dat jullie nu juist hier je kamp op moesten slaan I”

De vreemde man slaakte een diepe zucht, als wilde hij daarmede te kennen geven, hoe zeer het hem speet dat zijn afzondering toch nog verstoord was.

Hans en Kees hadden met belangstelling geluisterd naar de verklaring van den vreemdeling. Zij bezagen hem nu met geheel andere ogen en voelden nu zelfs enig respect voor den man met het opgedirkte vest. Iemand die zulke verre reizen deed als die mijnheer en die over een ver en een vreemd land misschien wel een heel dik boek ging schrijven, die kwamen zij niet iedere dag tegen. Zij vonden het alleen erg jammer, dat er nu van al de dingen die zij ontdekt hadden niets geheimzinnigs meer was. Het bleek nu alles heel gewoon te zijn, in ieder geval niets geheimzinnigs. Alleen de kwestie van de boot was nog niet opgelost,

Sluiten