Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAN UIT JAPAN

„Bent U met de boot uit geweest, mijnheer?”, vroeg Kees, die het ’t beste vond nu maar ineens alles te vragen, doch daarbij wat meer eerbied in zijn stem legde dan even van te voren,

„Ja. Ik heb de sleutel in het slot laten zitten. Die komt jullie nu meer toe dan mij.”

Weg de laatste sprankel geheimzinnigheid! Al de veronderstellingen die zij, wel niet uitgesproken, maar toch wel gedacht hadden, vielen nu in duigen, ’t Overweldigde hen een ogenblik. Zij wisten nu niet precies meer wat zij moesten doen. Opnieuw redde de vreemdeling hen uit de moeilijke situatie.

„Als wij dit nu eens afspreken, jongelui”, zo begon hij weer, „Jullie blijven wonen in je tent, met dit voorbehoud, dat je als ’t slecht weer is hier je bivak opslaat. Als jullie me een poosje met rust willen laten, net wilt doen of ik er niet ben, kom ik eens een keer aan jullie kampvuur iets vertellen uit het prachtige land Japan. Ik heb daar heel aardige verhalen over in mijn mars. Willen jullie me helpen? En niet meer boos zijn, dat ik een beetje van de officiële weg af geweken ben!”

Weer waren het de ogen van den vreemdeling, die hen dwongen toe te geven. Voor zij het wisten, gaven zij een reeks verontschuldigingen ten beste en gaven zij den man de verzekering, dat hij op hen kon rekenen en dat zij hem zo min mogelijk wilden storen.

„Prachtig”, antwoordde de vreemdeling. „Dan zie je mij wel eens aan jullie kampvuur verschijnen0om te vertellen. Goed?”

„Best, mijnheer”, antwoordden Kees en Hans, blij dat de hele geschiedenis zo afliep.

„Laat je stoelen maar staan”, zei de man nog, terwijl hij hen de hand toestak tot afscheid.

De jongens drukten die en liepen zwijgend naar het kamp terug, om zich daar, met een uiterst onbevredigd gevoel, op het gras te laten vallen.

, »w*t zeg jij daar nou van, Kees?”, vroeg Hans, na een lange

3

Sluiten