Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAN UIT JAPAN

pauze, een pauze waarin zij duchtig nagedacht hadden over hetgeen de vreemde man hun verteld had.

„Ik weet het niet, Hans , antwoordde Kees, terwijl een rimpel zijn voorhoofd plooide, een bewijs dat Kees' over het probleem diep nadacht.

„Ik weet het ook niet. Daar straks vond ik alles heel ge* woon.”

„Nu niet meer?” ^

„Ik weet het niet”, gaf Hans aarzelend te kennen.

„Ik weet het wèl”, barstte Kees opeens uit. „Ik geloof geen sikkepit van al die smoesjes. Die vent zanikt maar wat over zijn boek over Japan, En dan die stilhouderij; waar is dat goed voor? Hoe heeft hij al die kostelijke meubeltjes hierheen gekregen zonder opzien te baren? Dat kan hij toch niet in zijn eentje gedaan hebben?”

Kees had gelijk. De vreemdeling had den eigenaar van het terrein niet lastig willen, vallen met een verzoek om hier zijn bivak op te mogen slaan, omdat hij geen bekendheid aan zijn verblijfplaats wilde geven. Maar dan de man die de meubeltjes naar de schuur gebracht had? Hij moest toch drommels goed begrijpen, dat diè zijn mond niet zou houden? De meubels waren splinternieuw. Qewoonlijk worden die niet in een bouwvallige schuur afgeleverd. Neen, nu zij hier vredig bij elkander lagen en niet meer de dwingende ogen van den vreemdeling op zich gericht zagen, voelden zij dat er aan die gehele geschiedenis toch iets onzuivers zat.

„En dat op de allereerste dag dat wij hier zijn!”, mompelde Kees, meer tot zichzelf dan tot Hans.

„Als ’t zo iedere dag doorgaat kunnen we nog heel wat beleven”, antwoordde Hans, die de woorden van Kees verstaan had en vermoedelijk hetzelfde dacht.

„En of! Maar ik weet wel dat wij hier goed uit onze doppen zullen kijken en als wij iets zien of horen, dat ons niet aanstaat, waarschuw ik vader”, zei Kees vinnig.

Hans was het daar mee eens. Voorlopig echter vond ook hij

Sluiten