Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAN UIT JAPAN

dat er geen redenen waren om den havenmeester te vertellen wat er hier gebeurde. Maar als er iets bijzonders aan de hand bleek te zijn, zouden zij heel verstandig handelen met de assistentie van Kees’ vader in te roepen.

Hiermede zetten zij voorlopig de geschiedenis met den vreemdeling uit hun hoofd. Hun maag vertelde dat het tijd was om wat te eten en met smaak verorberden zij hun avondboterham. Zij mochten dan een ogenblik onder de indruk geweest zijn van de plotselinge verschijning van den vreemden man, hun eetlust had er gelukkig niet door geleden.

Nadat het avondeten genuttigd en het vaatwerk behoorlijk afgewassen was, overlegden de. jongens samen of zij reeds de eerkte avond een kampvuur zouden aansteken. Zij besloten daarmede te wachten tot de volgende avond, niet alleen omdat zij zich een beetje vermoeid gevoelden, maar ook omdat zij verstoken waren van voldoende hout om het vuur geruime tijd aan te houden. Zij besloten dus de eerste avond maar vroeg in hun slaapzak te kruipen en de romantiek van het kampvuur voor de komende avonden te bewaren.

Voor de tent gezeten, keken zij hoe langzaam de duisternis over de aarde viel. Reeds geruime tijd was de zon in het Westen achter de wilgenbosjes verdwenen en de eerst rood en oranje gekleurde lucht nam nu langzamerhand een staalblauwe kleur aan. In het Oosten flikkerden reeds flauw enkele sterren.

Er was nu zo goed als geen geluid meer. De fabrieken aan de overzijde schenen ingedommeld te zijn; alleen een enkel lampje vertelde dat er nog een portier of waker wakker was, die de bewaking van de gebouwen op zich genomen had. De parlevinkers met hun nijdige trompethooms waren reeds lang naar de stad teruggekeerd en slechts enkele schuiten, zwaar geladen met zand of grind, gleden met de vloed mee, stil en statig in de richting van Rotterdam. Zo, voor hun tent zittend, met het uitzicht op de rivier, die hoe langer hoe meer in de duisternis scheen te verdwijnen, voelden de jongens welk een

Sluiten