Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAN UIT JAPAN

verhaal van dat boek schrijven veel te aardig vond om het zo gauw los te laten.

„Best mogelijk. Vind-je niet dat wij het eens moeten onderzoeken? Wij kunnen ons hier nu wel laten opsluiten en net doen of die snuiter er niet is, maar wie weet met welke duistere praktijken hij zich bezighoudt, terwijl wij liggen te slapen”, meende Kees.

Hans was onmiddellijk een en al geestdrift.

„Ik ben er voor, Kees”, verklaarde hij spontaan. „Ik ben dat afwachten al lang zat.”

„In orde. Zo gauw ’t donker is gaan wij er op af. ’t Is een klein kunstje om de schuur zo te naderen dat hij ons niet ziet.”

„En als hij ons wèl ziet?”

Kees haalde de schouders op. Natuurlijk, als zij op hun expeditietocht gesnapt werden zaten zij in een moeilijk parket. Maar ’t bleef nu eenmaal een feit, dat de man, al hadden zij beloofd er over te zwijgen, zich aan een overtreding had schuldig gemaakt. Hij bleef dus ten allen tijde min of meer in de minderheid. Een overtreding van hun kant zou de weegschaal dus nog maar net in ’t evenwicht brengen.

Nog geen enkele avond had het naar hun gevoelen zo lang geduurd voor dat de duisternis in viel. Traag trokken de minuten door de stille zomeravond, even traag werden het uren en met iedere keer dat de slagen van de oude, grote torenklok tot de jongens doordrongen, zuchtten zij als wilden zij daarmede vragen: „Is het nog geen tijd?”

Zij wisten eigenlijk zelf niet hoe lang zij moesten wachten. Helemaal donker werd het bijna niet zo midden in de maand Augustus en toch zou de duisternis hen moeten helpen. Want al hadden zij een eventuele ontdekking door den vreemdeling overdacht en al zouden zij daar niet zo geweldig tegen opzien/ in verband met een verder onderzoek naar de juiste plannen van den man uit Japan, zou het toch beter wezen, dat zij bij bun. onderzoek niet gestoord werden. Gelukkig kwam, zoals vele malen gebeurd bij belangwekkende ondernemingen, het

Sluiten