Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAN UIT JAPAN

«Aan de ene kant wel”, antwoordde Kees, „aan de andere kant kunnen wij wel rekenen op een heerlijk nat pak. ’t Is goed dat wij rondom de tent een groote greppel gegraven hebben; anders hadden wij de kans bij ons thuiskomst de hele boel drijvende te vinden.”

„Ligt er niets tegen het tentlinnen aan, Kees?”, vroeg Hans, die door de woorden van Kees opeens herinnerd werd aan mogelijke lekkage.

„Ik geloof het niet. Laten wij voor zekerheid maar even kijken.”

Die voorzorgsmaatregel was niet overbodig. Ervaring had hun geleerd, dat, wanneer het tentlinnen met het een of ander voorwerp in aanraking kwam, het juist daar ter plaatse ging lekken. Het linnen van de tent bleek echter na onderzoek overal vrij te zijn, zodat zij met een gerust geweten hun boeltje konden achterlaten. Zij trokken hun regenjassen aan en stapten uit op het avontuur.

Het was intussen volkomen donker geworden. De wind begon op te steken, het bliksemde vaker en in de verte rommelde reeds de donder. Zwijgend, toch wel een beetje angstig door de dreiging die er boven hun hoofd hing, zochten de jongens hun weg door de wilgenbosjes in de richting van de oude loods, die geheel aan hun onttrokken was door de inktzwarte duisternis, die hen omringde. Telkenmale als de bliksem de lucht kliefde en de omtrek in een blauwe gloed zette, verscholen zij zich haastig achter een bosje, bang als zij waren dat zij ontdekt zouden worden. Eigenlijk was die voorzorgsmaatregel wel een beetje overbodig. Want wie zou het nu in zijn hoofd halen, om met zulk een bui in ’t gezicht een wandeling te gaan maken! Maar ja als zij er dan weer aan dachten dat zijzelf zulk een gekke streek uithaalden, werd hun aanvankelijke onverschillig, heid voor herkenning weer omgezet in voorzichtigheid.

Zij konden nauwelijks enkele tientallen meters hebben afgelegd, toen de bui in alle hevigheid losbarstte. Met stromen viel de regen uit de donkere lucht. Bliksem en donder wisselden

Sluiten