Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TERWIJL HET KAMPVUUR VLAMDE

De beide vrienden kwamen er niet uit. Tevergeefs zochten zij afleiding in een boek. Steeds weer drong de nachtelijke ervaring zich in hun gedachten naar voren. Ten einde raad wipten zij de tent uit, zochten de boot op en lieten zich met de stroom mee de rivier afdrijven, urenlang. De zon was al aan het ondergaan toen zij terugkeerden. Hans begon onmiddellijk aan de verzorging van het avondeten en toen zij dat met smaak naar binnen gewerkt hadden, nam Hans de taak op zich de vaat af te wassen, terwijl Kees er op uit trok om nog wat hout voor het kampvuur op te zoeken. Er lag wel een grote stapel speciaal voor dat doel verzameld hout, maar Kees vond het toch maar secuurder er nog wat bij te garen. Het vuur mocht die avond niet uitgaan door gebrek aan hout. Stel je voor dat de vreemdeling midden in een bekentenis was, terwijl het vuur uitging! Dat zou gewoonweg een geweldige strop zijn.

Het werd een prachtige avond, die vrij van onweer beloofde te blijven. Het was volkomen stil. Geen windje bewoog de bladeren van de wilgenstruiken. De rook van het kampvuur trok loodrecht in een dunne spiraal de hemel in. Hans en Kees zochten, toen het kampvuur brandde en het eerste uur geen voedsel behoefde, een mooi plekje op en wachtten daar met een zenuwachtige spanning op de dingen die komen wilden. Hoe meer de duisternis inviel, hoe helderder het kampvuur ging branden. De reuk van het brandende hout zette hun fantasie aan het werk. Zij droomden dat zij woudlopers waren, dat het terrein waar zij hun bivak hadden opgeslagen een prairie was of dat de bosjes bossen waren, waarin roofdieren loerden op hun buit. Voor hun geest verrees het beeld van Winnetou, de sympathieke roodhuid uit de verhalen van Karl May. Zó werden zij door hun dromen meegeleept, dat het kraken van een tak, misschien veroorzaakt door een vogel die zijn nest zocht, een bewijs was dat een vijand nadersloop.

De avond was anders dan de vorige. De vorige malen dat zij aan het kampvuur hadden gezeten, was het de stilte geweest die hen ontroerd had. Nu voelden zij dat niet.. Na uit hun fantas-

Sluiten