Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TERWIJL HET KAMPVUUR VLAMDE

ik meermalen voor mijn leven moeten vechten. Jö, je water kookt.”

Die plotselinge overgang verdreef een spanning, die groeiende was. Bijna namen zij het den vreemdeling kwalijk dat hij niet doorgegaan was met vertellen, maar door een doodgewone opmerking de stemming verstoorde. Niettemin was de opmerking juist. Het water kookte en Hans deed zijn plicht en zette koffie. Pas nadat de eerste kop gedronken was, nam de man die de halve wereld bereisd had weer het woord en zei: „Dat doet me goed. Koffie is een heerlijke drank, jongens. Het. wekt de fantasie op. Waar was ik ook weer gebleven?”

„Bij de Arabieren, mijnheer”, zei Kees eerbiedig.

„O ja. Maar ik zou vanavond iets vertellen van Japan, niet?” „Ja, want daar bent U immers een boek over aan ’t schrijven”, haastte Kees zich te zeggen en zijn stem was niet vrij van enig sarcasme.

Het gladgeschoren gezicht van den vreemden pian wendde zich naar den vriend van Hans. Een ondeelbaar ogenblik meende deze, dat zijn ogen fonkelden. Reeds voelde Kees hoe hij begon te beven, bang dat er een uitbarsting zou komen. Ongetwijfeld had de vreemde man zijn gedachten geraden.

„Juist, daar ben ik een boek over aan ’t schrijven”, zei hij toen, en zijn stem verraadde niets van enige boosheid.

Onmiddellijk maakte Kees’ gevoel van vrees plaats voor een gevoel van wrevel. Drommels, wat een brutaliteit! De man kon in al de dagen dat hij hier was, zo ver hij tenminste kon nagaan, geen letter geschreven hebben. Hij was misschien geen uur thuis geweest.

Kees wachtte zich evenwel iets te zeggen, dat de toorn van den vreemdeling wakker kon roepen. Evenals Hans bleef hij onbeweeglijk zitten, bereid de verdere verhalen van den man aan te horen.

„Ik wil jullie vanavond iets vertellen over Japan, jongens”, begon de vreemdeling, op geen enkele wijze blijk gevend van ergernis over het voelbare ongeloof yan Kees, „omdat lk daati

Sluiten