Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TERWIJL HET KAMPVUUR VLAMDE

over het duistere terrein. Naar adem snakkend kwamen zij bij de rivier aan, juist op tijd. Weer vonden zij den vreemdeling beneden aan de glooiing staan; weer zagen zij hoe hij iets naar zijn mond bracht en weer klonken drie korte, schelle fluitstoten door de nacht. Maar wat hun de vorige nacht ontgaan was, ontgaan door het geweld der elementen, dat zagen zij nu. Want op hetzelfde ogenblik dat de vreemdeling de drie korte fluitstoten over de duistere rivier liet klinken, gleed op maar enkele meters afstand van de oever een bootje voorbij. En tot hun stomme verwondering zagen zij, hoe een groene lantaren driemaal omhoog gehesen werd. Ongetwijfeld was dat een sein. Een sein voor den vreemdeling.

De jongens deden nu geen moeite zich te verbergen. Plotseling begrepen zij wat de vreemdeling bedoeld had toen hij bij het afscheid nemen gezegd had: „Tot straks”. Hij had geweten wat er zou gebeuren; hij was er van overtuigd geweest dat de jongens opnieuw hun nieuwsgierigheid zouden botvieren en komen kijken wat er aan de oever van de rivier gebeurde.

En daarom vonden zij het deze keer niet vreemd en niet beangstigend, dat de vreemdeling op hen toetrad en zei: „Precies op tijd geweest, jongelui.”

„Die boot, mijnheer?”, vroeg Kees, en hij voelde zelf hoe zijn stem trilde van spanning.

„Die boot? Dat is de Meeuw. De snelste boot van de Rotterdamse Rivier-politie.”

Even bleven zij alle drie staan, ’t Was of de vreemdeling, door de duisternis heen, op de gezichten van de jongens kon lezen wat zij allemaal wilden vragen. Hij voorkwam dit door zijn handen op hun schouders te leggen en te zeggen: „Doe nu je lantaren uit, jongens, en ga naar bed. Morgen om tien uur verwacht ik je in de loods. Dan kunnen wij nog eens praten.”1

Dat was een soort bevel en evenals de vorige avond hernamen zij zwijgend de terugtocht naar het kamp, maar nu veel meer verslagen, want zij voelden dat zij in den persoon van den vreemdeling iemand hadden ontmoet, die meer dan een simpel schrijver van reisverhalen was.. M

Sluiten