Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII

EEN DAG DIE MERKWAARDIG EINDIGDE

D

B e jongens maakten een onrustige nacht mee. Hun slaap

werd verstoord door dromen, waarin schelle fluitstoten en politiebootjes een geweldig aandeel hadden en uitgegroeid waren tot angstwekkend geschreeuw voorwereldlijke dieren en verschijningen van monsterachtig grote zeeschepen. Toen zij dan ook, vroeger dan gewoonlijk, ontwaakten en elkander aankeken, lazen zij in eikaars ogen nog de angst die zij in hun dromen gekend hadden. Maar na een flinke,aanval gedaan te hebben op het heerlijke koele water en een stevig ontbijt verorberd te hebben, voelden zij zich weer zo lekker als kip en maakte zich een prettige stemming van hen meester. Immers, nog maar enkele uren en zij zouden ingewijd worden in de geheimen van den vreemden man, die in hun nabijheid bezig was aan de oplossing van het een of ander probleem. Aan dat boek hetwelk hij zei te zullen schrijven, dachten zij niet meer. Er moest iets veel belangrijkers zijn, iets dat te maken had met de politie. En waar de politie bij te pas kwam, kon je er zeker van zijn iets bijzonders te beleven.

Kees, die bij het denken aan wat hun te wachten stond zijn geestdrift niet onder stoelen of banken stak, begon van louter plezier te dansen. Hij dwong Hans mee te doen en zij gingen toen zo braaf te keer, dat zij op het laatst bezweet en naar adem hijgend op het gras neervielen.

Intussen was de morgen zeer mooi geworden. Aan de wolkeloze hemel triompheerde de zon. Het was of er meer beweging was dan anders, of er meer geluid kwam van de rivier en of de vogels in feestelijker vaart over de wilgenbosjes vlogen dan anders. In werkelijkheid was dat natuurlijk niet het geval; het was hun eigen opgewektheid, een opgewektheid die ontstond door het uitzicht op de aanstaande onthullingen, die hun de dingen zo vrolijk en luchtig deden zien.

Klokslag tien uur waren zij present voor de oude loods en

Sluiten