Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII

s. O. s.

H

_■ M ans en Kees hadden naderhand nooit meer precies geweten,

hoe lang zij daar, totaal verslagen door de onverwachte loop die de gebeurtenissen hadden genomen, naast elkander in de duisternis voor die gesloten deur waren blijven staan. Zonderlinge veronderstellingen dwarrelden door hun brein. Was het toeval, dat de deur gesloten werd? Was de vreemdeling, bang dat de jongens op het laatste ogenblik de zaak nog in de war zouden sturen, er alleen op uitgegaan om de bandieten die het op het Japanse zwaard voorzien hadden in te rekenen? Of was hij, en dat leek hun tenslotte het dichtst bij de waarheid te zijn, bezig zijnde de luiken van de loods te sluiten, door hen overvallen en weggevoerd?

„Zij hebben hem ingerekend, Kees”, zei Hans opeens, de lange indrukwekkende stilte verbrekend.

„Dat kan best waar wezen”, antwoordde Kees, onmiddellijk op die gedachte ingaand, daarmede bewijzend dat hem hetzelfde probleem had bezig gehouden.

„Dan hebben die schavuiten vrij spel”, merkte Hans verbitterd op.

„Vast!”

Weer stonden zij enige minuten zwijgend voor de gesloten deur. Besluiteloos, niet wetend op welke wijze zij zich uit die benarde positie moesten redden, ’t Was gek, maar hoe meer minuten er verstreken, hoe minder zij geloofden aan een spoedige bevrijding. Indien de vreemdeling, zoals zij vermoedden, door de dieven was weggevoerd, dan konden zij niét eer op zijn terugkomst rekenen voordat de diefstal van het zwaard een feit zou zijn en de snuiters voor een goed heenkomen hadden gezorgd. Zij zouden hun gevangene wel zo goed opgeborgen hebben, dat hij vast niet eerder uit zijn gevangenschap kon ontsnappen. Een mooie boel was dat! Want niet alleen dat de dieven nu de mooiste kans hadden er met de buit yandoor te

Sluiten