Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s. o. s.

ning gestoken, dronken de jongens de vreugde van hun bevrijding in. Maar nog waren zij niet vrij. Het drong plotseling tot hen door dat, terwijl zij hier hun tijd verbeuzelden, de schavuiten misschien bezig waren het kostbare Japanse zwaard in de wacht te slepen. Zij hadden hier niet moeten blijven staan, al lang weg moeten zijn om de politie te waarschuwen.

„Vlug Hans, het gat groter maken,” riep Kees opeens uit, Misschien kunnen wij de diefstal nog voorkomen.”

Hans begreep de noodzakelijkheid van dat bevel. Nu de ontsnapping uit de donkere loods zeker was, bezielde hem weer een heilige ijver.

Met vereende krachten werd de opening groter gemaakt en het duurde niet lang of zij zaten beiden boven op het dak van de loods als eens Michiel de Ruyter in het topje van de Vlissingse toren.

Het dak van de oude loods was zeer hoog, maar het begon al op enkele meters afstand van de begane grond. Door dus langs de panlatten naar omlaag te klauteren, tot aan de gootlijst, behoefden zij maar een sprong van nauwelijks twee meter te maken om veilig op de begane grond terecht te komen. Zij aarzelden geen ogenblik, klauterden als apen naar beneden en stonden even later vrij en gelukkig op het gras.

Hans maakte een luchtsprong en wilde die vergezeld doen gaan van een indianengehuil. Doch bijtijds wist Kees hem aan het verstand te brengen, dat dit zeer onverstandig zou zijn. De bandieten konden op de loer liggen. Misschien waren zij door de herrie die de jongens hadden moeten maken om te kunnen ontsnappen wel gewaarschuwd en nu op weg om te onderzoeken wat dit te betekenen had. Als zij het gat in het dak zagen, zouden zij begrijpen wat er gebeurd was en niet rusten, voor zij de uitbrekers weer gevangen hadden gezet.

„Laten wij eerst maar eens naar het kamp gaan”, meende Kees.

Spoedig bereikten zij dit en vonden het in de volmaakste orde, De schavuiten, die den vreemdeling hadden meegeyoerd,

Sluiten