Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. O. S.

Gelukkig vonden de jongens de boot op de oude plaats. Er m springen, de ketting losgooien en de riemen buiten boord werpen was het werk van een ogenblik. De beide jongens verspilden geen energie door nutteloze gesprekken. Instinctief begrepen zij, dat er maar één ding nodig was, zo vlug mogelijk te komen op de plaats vanwaar het S.O.S. werd uitgezonden. Zij roeiden dan ook wat zij konden. Zodra zij het haventje uitgevaren waren en keken in de richting vanwaar het noodsein gekomen was, zagen zij het silhouet van een middelmatig groot zeebootje tegen de nachtelijke hemel afsteken. Het lag daar vermoedelijk voor anker om kolen in te nemen. Bijna op hetzelfde ogenblik dat de jongens de Maas opvoeren, hield het uitzenden van het noodsein op. Even dachten zij dat dit door hun verschijning kwam, dat de in nood verkerende persoon hun scheepje de haven uit had zien komen en wist dat er redding op komst was. Doch die gedachte duurde maar even, want weldra zagen zij, met iets van teleurstelling, dat de rivier als ’t ware bevolkt was met verschillende redders. Een politievaartuig stevende trots en pijlsnel op het donkere schip af, waarop enkele heen en weer wandelende lichtjes verraadden dat er levende wezens aan boord waren. Maar naast dit politievaartuig, waren er nog wel tien scheepjes, die alle, uit de nabijgelegen haven of van de in de buurt liggende fabrieken, aan de oproep tot hulp gehoor hadden gegeven. Er was gewoonweg geen schijn van kans, dat zij het eerst bij het schip zouden zijn. Toch roeiden de jongens door. In ieder geval wilden zij weten wat er aan de hand was.

Bij het schip gekomen, zagen zij dat het politievaartuig reeds langszij gemeerd lag. De agenten waren al aan boord. Over het stille water klonken nu luide stemmen, die wijd weg deinden de nachtelijke hemel in. De jongens konden echter niets van de uitroepen verstaan. Zij waren door het toeschieten van zoveel

hulp een beetje in de war geraakt en voelden zich klein en nietig.

Sluiten