Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WEB VAN LEUVEN EN BEDROG

Oom Henri redde de jongens uit hun benauwde situatie door te zeggen: „Ik geloof dat het verstandig is. wanneer wij jullie alles laten vertellen wat je ervaren hebt.”

Kees gaf Hans een por in zijn ribben en zei: „Vertel jij maar,

Hans. En je mag het wel goed doen. anders geloven de heren je nóg niet.”

Kees had een beetje bits gesproken, doch de beide heren reageerden er niet op. Zij staken een pijp op, blijkbaar van

plan met belangstelling te luisteren naar hetgeen Hans te vertellen had.

Hans begon te vertellen. In geuren en kleuren, met zichbaar genoegen en blijkbaar er van overtuigd dat zijn woorden waarheid bevatten, verhaalde hij hun ervaringen. Hoe zij van Mr. Williams een brief gekregen hadden waarin hij hun mededeelde dat er van de voorgenomen reis naar Engeland niets kon komen.

„Dat weet U toch wel, oom!”, vroeg Hans, even zijn verhaal onderbrekend.

„Deksels goed, Hans. Vertel maar verder.”

„Goed. Toen heeft Kees’ vader het plan uitgebroed om op het terrein dat rondom de oude. boetloods ligt, even bezijden het havenhoofd, een kamp op te slaan. Wij voelden er eerst niet veel voor, maar toen wij er eens een kijkje zijn gaan nemen, stond het ons wel aan. Die bewuste middag ontdekten wij, dat de loods gesloten was, iets dat ons verwonderde. Wij gingen den eigenaar vragen om de sleutel, doch die vertelde dat er nooit een slot op de deur van de loods gezeten had, zodat wij ons vergist moesten hebben.”

„En toen jullie kwamen kijken, was er wèl een slot met een sleutel op de deur?”, vroeg de commandant van de rivierpolitie, een aantekening makend.

„En of. Een keurig slot, zo goed als nieuw en blijkbaar pas aangebracht.”

„Verder! , drong oom Henri aan.

„Wij deden net of wij geloofden aan een vergissing, maar deze ervaring deed ons besluiten op het plan van havenmeester

Sluiten