Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WEB VAN LEUGEN EN BEDROG

Commandant Burger ging heen en kwam weinige minuten later terug met den stuurman. Deze verklaarde, dat er aan de bemanning één persoon ontbrak. Een matroos, Faber geheten.

„Dat zal dan wel de handlanger van jullie vreemdeling geweest zijn”, meende oom Henri.

„Is zijn signalement verspreid?”, vroeg de commandant.

„Ja zeker. Maar nu iets Vreemds.”

„Wat dan.”

„Niemand hier aan boord heeft S.O.S. uitgezonden!”

„Watblief?”

De mededeling van den stuurman verwekte een begrijpelijke verbazing. Er moest toch iémand die oproep om hulp hebben uitgezonden.

„Weet U zeker dat dit zo is?”, vroeg oom Henri.

„Heel zeker. Geen enkele van mijn mannen behoeft dit te verzwijgen. Zij konden integendeel rekenen op een pluim voor de betoonde activiteit.”

Dit vermoeden werd niet door de overigen gedeeld. Zou daarmede een bewijs van activiteit hebben gegeven, dat iedere werkgever op prijs zou stellen.

Het was een zonderlinge geschiedenis. Er wordt midden in de nacht een mens aangevallen, zo dat hij bewusteloos neervalt. Iemand ziet hem liggen, vermoedt een ongeluk en roept om hulp. Later blijkt die iemand niet te vinden.'

„Er is maar één oplossing voor dat probleem”, meende de commandant van de politieboot. „Uw aanvaller, mijnheer Bakker, moet zelf om hulp geroepen hebben.”

Dit vermoeden werd miet door de overigen gedeeld. Zoü iemand, die eerst een mens neersloeg om zich een zeker iets toe te eigenen, enkele seconden later zoveel menslievendheid tonen, dat hij zelf de hulp inriep voor zijn slachtoffer? Dat kón haast niet.

Commandant Burger durfde zijn mening ook niet openlijk meer te verdedigen. Zelf kwam het hem ook wel een beetje xreemid voor*

s

Sluiten