Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WEB VAN LEUGEN EN BEDROG

De verwarring werd door de mededeling van den stuurman weer groter. Er waren nu twee pérsonen, die de diefstal konden hebben bedreven. De matroos Faber en de vreemdeling. Ook konden zij het in samenwerking hebben gedaan. Maar wie had dan het S.O.S. sein uitgezonden?

„Mag ik Uw mannen nog eens ondervragen?/’, vroeg commandant Burger.

De stuurman gaf toestemming, doch een half uur nadat de commandant gegaan was kwam hij weer terug. Er stond een diepe rimpel in zijn voorhoofd, toen hij te kennen gaf dat zijn onderzoek geen ander resultaat had opgeleverd. Niemand aan boord had het S.O.S. sein uitgezonden,

„Hoe heeft de dief kunnen ontsnappen?”, vroeg Kees voorzichtig, want na hun geweldige vergissing durfde hij niet meer zo vrijmoedig op te treden.

„Dat hebben wij ons ook al afgevraagd. Doch nu de vreemdeling er bij gekomen is, kan dat gemakkelijk. Hij is met een snelvarend schuitje hierheen gekomen, heeft Faber opgevangen en is er vandoor gegaan”.

Ja, zo kon het gebeurd wezen.

Enige ogenblikken stonden de drie mannen met de beide jongens in gepeins verzonken. De besprekingen waren vast gelopen. Zij konden nu weinig anders doen dan rustig afwachten, welk resultaat de radio-omroep bereikt had. Inmiddels zou het wel dag worder

Oom Henri bracht zijn gedachten onder woorden en de rest van het gezelschap was het met hem eens.

„Wat denkt U van een stukje eten?” vroeg de stuurman plotseling. „Wij kunnen de tijd die U moet wachten zo aangenaam mogelijk zien door te brengen.”

„Dat is een goed idee”, meende commandant Burger.

„Prachtig. Een kwartier geduld en de zaak Is in orde. Deze jongelui...,.”, aarzelde de stuurman.'

Sluiten