Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN VERRASSENDE ONTKNOPING

„Wat moeten wij doen, inspecteur?”, vroeg oom Henri, wiens gelaat bij de uiteenzettingen van den Inspecteur steeds bezorgder trekken vertoonde.

„Wij kunnen niets doen dan rustig afwachten. Vergeet niet, dat er grote kans bestaat onze vrienden gevangen en wel in Breda aan te treffen.”

„U hebt wel vertrouwen in de politie hier”, bromde oom Henri.

„Daar ben ik zelf politieman voor. Tenslotte is hun werk mensenwerk. Het signalement van den vreemdeling is gebrekkig, maar de matroos zal niet zo vlug ontsnappen.”

„Laten wij dan zien Breda te bereiken”, stelde oom Henri voor.

Als enig antwoord sprong de inspecteur weer achter het stuur en hervatte de tocht. De stemming was nu minder opgewekt dan daarstraks. De kans de misdadiger nog voor de grens te achterhalen, was wel heel gering geworden. Doch de gezichten helderden op, toen er op de veerpont een sergeant van de Rijkspolitie op hen toetrad en vroeg na^r mijnheer Bakker. Oom Henri maakte zich bekend en vroeg wat er aan scheelde.

„Op het politie-bureau in Breda heeft men nieuws voor U. U wordt verzocht, zich daar zo spoedig mogelijk te vervoegen.”

Het spreekt vanzelf dat zij, eenmaal aan de overzijde van het veer, niet lang aarzelden en er met een stevig gangetje vandoor gingen. Een half uur later stopte de auto voor het bureau van de politie. Het gehele gezelschap werd bij den commissaris gelaten. Lachend ontving deze hen. En nadat zij allen aan hem voorgesteld waren, zei hij: „U komt een kwartier te laat.”

„Men vertelde mij op het veer dat U nieuws voor mij had”, antwoordde oom Henri op afgemeten toon, als had hij een voorgevoel van wat er komen ging.

„Ja, dat heb ik. Vanmorgen, ongeveer een uur geleden, hebben mijn mannetjes beet gekregen”, aei de commissaris, blijk-

Sluiten