Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN VERRASSENDE ONTKNOPING

Halverwege de rechte straatweg, die midden door het dorp loopt, schreeuwde Hans plotseling: „Stop! Stop, ifispecteur!”

Met een schok deed inspecteur Blok de wagen stilstaan.

„Heb je iets gezien?”, vroeg oom Henri.

„Ja. De vreemdeling liep ginds een café in. Hij had iemand bij zich, maar wie dat was kon ik niet zien.”

„Wilt U op de wagen passen, stuurman?” vroeg hij den gemoedelijk lachenden zeeman.

„Welja”, gaf deze gewillig toe.

„Prachtig, dan gaan wij er op af. Wij zullen maar niet veel kunsten uithalen en recht op ons doel afsteven. Hebt u een revolver, mijnheer Bakker?,”

„Jawel.”

„Mooi. Vooruit dan!”

Inspecteur Blok liep voorop, de jongens in het midden en oom Henri sloot de rij. Zij moesten er op letten zo gewoon mogelijk te lopen. Want als zij eens te veel aandacht trokken en de passerende toeristen vermoeden kregen dat zij op de misdadigersjacht waren, dan zou er in het-dorp Zundert in een ogenblik tijds een oploop ontstaan. Zo onopvallend mogelijk liepen zij dus napr het door Hans aangeduide café. Zij behoefden niet bang te wezen dat de twee schavuiten hen zouden zien aankomen, want ongetwijfeld hadden zij een duistere hoek van de gelagkamer opgezocht. Bij het bewuste café gekomen stapte inspecteur Blok dapper op de deur toe en wierp die open. Enkele seconden later stonden zij op een rijtje voor de deur en keken zij de gehele gelagkamer over. Aan het einde daarvan zagen zij twee mannen zitten.

Degene die met de rug naar hen toegekeerd zat was zonder twijfel de vreemdeling. De ander droeg het kenmerk van den zeeman op zijn bruingebrande tronie.

Inspecteur Blok aarzelde geen moment. Met een paar snelle • sprongen was hij bij het tweetal en terwijl hij een vervaarlijke

revolver op hen gericht hield, riep hij: „Handen omhoog!

De handen van den zeeman gingen langzaam pmhoog. Doch’

Sluiten