Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESLUIT

handelaar, was zo fri zijn gesprek met den heer Westwood ver* diept, dat hij plotseling opbotste tegen Hans, die met Kees nog een beetjé over het beleefde avontuur stond te praten.

„Hallo, jongelui,” zei oom Henri verbaasd, „wat doen jullie hier achter die boom?”

„Wij staan hier met het overschot van het avontuur, oom,” antwoordde Hans.

„Een beetje nuchter overschot zeker, jongens?” mengde de heer Westwood zich in het gesprek.

De jongens gaven toe, dat het einde van het avontuur een zeker onbevredigd gevoel naliet.

„Zo is het altijd, jongelui,” zei oom Henri; „hoe meer Je bezit hoe meer je hebben wilt. Gaan jullie morgen weer terug naar het kamp?”

Hans en Kees antwoordden niet. ’t Leek wel of het kamp aan de rivier, dat eerst toch zo plezierig geleken had, nu opeens alle aantrekkelijkheid verloren had. Zij wilden juist oom Henri iets van die gevoelens vertellen, toen de heer Westwood zei: „Drommels, dat is waar ook. Nu ik jullie hoor spreken over dat kamp, herinner ik mij nog een verzuim. Blijven jullie hier even staan, ik ben zo terug.”

Zowel oom Henri. als de beide jongens waren verbaasd. Zij zagen, hoe de heer Westwood in de nu verlichte serre verdween. Zij spraken nog even over het beleefd avontuur tot de heer Westwood weer verscheen.

„Hallo, lui, hier ben ik weer,” zei hij joviaal.

„Het verzuim hersteld?” ✓

„O ja. Ik herinnerde mij plotseling, dat ik den heer Williams beloofd heb zijn nieuwe aanwinst morgen te overhandigen,**

„Is hij morgen in Holland?”, vroegen de jongens geestdriftig,

„Hij arriveert morgenochtend per vliegtuig op Waalhaven.”

„Ik moet hem morgenochtend eveneens zijn eigendom overhandigen,” zei oom Henri plotseling.

„Ja, daar dacht ik daar straks aan. Kijk eens, waarde heer

Sluiten