Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOEREKENINGSVATBAARHEID

heeft), maar heeft er bij te vertellen... ja wat eigenlijk? Of de ziekelijke storing of gebrekkige ontwikkeling de toerekeningsvatbaarheid opheft en de man dus niet gestraft mag worden? Maar daar heeft de psychiater niets mee te maken! Het recht om te straffen competeert slechts den rechter en er kan dus geen twijfel over bestaan, of uitsluitend hemzelf competeert ook het recht, te beslissen wien hij straffen wil en kan, wien hij toerekeningsvatbaar verklaren wil. Wil hij zich zijn taak vergemakkelijken (of mogelijk maken) door het advies van een deskundige te vragen, dan heeft deze de bouwstoffen te leveren waaruit de rechter zich zijn motieven kan samenstellen om zijn straffende hand te doen vallen of terugtrekken. Die motieven zijn den psychiater misschien alles behalve sympathiek, maar dat komt er niets op aan. Vraagt de steenfabrikant of het huis, waarvoor hem steenen worden besteld, mooi of leelijk wordt?

Welke zijn nu die „bouwstoffen”, die de deskundige aan kan dragen? Op welke vragen kan de psychiater een antwoord geven zonder de grenzen van zijn wetenschap te overschrijden? Het zijn deze: ie. is er een ziekelijke storing enz.? 2e. zoo ja, is die van dien aard en omvang, dat de onderzochte zich dientengevolge niet of niet goed kan rekenschap geven van wat hij doen en laten mag en moet, of belemmert hem de ziekelijke storing enz. dienovereenkomstig te handelent

Dat de psychiater, met het zoeken van een antwoord op deze vragen, zijn terrein niet verlaat, is duidelijk: van „vrijen wil”, van „schuld”, „straf”, „toerekeningsvatbaarheid” is in het geheel geen sprake. Hij zoekt slechts naar de aanwezigheid van psychische afwijkingen en de wijze waarop zij zich uiten; de methode, die hij daarbij volgt, is geen andere dan wanneer hij zich rekenschap geeft, hoe een melancholicus er toe komt, in zijn bed te urineeren of een schizophreen om zijn kleeren stuk te scheuren. In het bepaalde geval echter, dat hij zijn onderzoek (op zich zelf niet verschillende van wat hij dagelijks doet) ten behoeve van den rechter instelt, geeft zijn conclusie, zooals hieronder zal blijken [blz. 15], dezen laatste meteen, en met of zonder goedvinden van den psychiater, antwoord op de vraag: is de delinquent, 1vat ik, rechter, toerekeningsvatbaar noem, ja dan neen? En wat de rechter met dat antwoord wil doen, welk gebruik hij van de conclusie des deskundigen wil maken, gaat dezen in het minst niet aan.

Ofschoon ik dus gaarne toegeef, dat de vraag betreffende de toerekeningsvatbaarheid, als zij tot den psychiater wordt ge-

SUPPL.

Sluiten