Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PSYCHIATER TEGENOVER DE NEDERLANDSCHE WET

wordt immers gesproken van krankzinnigheid enz. „al is het dat hij bij tusschenpoozing het gebruik zijner verstandelijke vermogens (bij te denken: wél) bezit.”

Nu mag het waar zijn, dat dit onderscheidingen zijn, welke den psychiater het hoofd doen schudden over zooveel ondeskundigheid, het is niettemin duidelijk, dat hier twee toestanden tegenover elkaar worden gesteld, waarvan de één een ernstigere storing beduidt dan de andere. Dit blijkt ten slotte ook hieruit, dat de curateele wegens zwakheid van vermogens minder vérstrekkende gevolgen heeft: hierbij blijft n.1. de curandus bevoegd in het huwelijk te treden.x) En zoo kan ook een dergelijke curandus, niettegenstaande zijn reeds aanwezige curateele, nogmaals onder curateele gesteld worden wegens een later zich vertoonende krankzinnigheid.2)

Kwantitatief is dus de hier bedoeldè toestand wel voldoende bepaald: kan iemand in het vermogensrechterlijke verkeer niet aan zich zelf worden overgelaten en ziet hij dit zelf in, doch bestaat er in het algemeen geen bezwaar tegen het sluiten van een huwelijk,3) dan is de hier bedoelde curateele op haar plaats. Blijkt tijdens de procedure, dat de aanvrager aan een ernstigere storing lijdt, dan behoort zijn verzoek te worden afgewezen.

Doch wat te denken van de kwalitatieve bepaling, welke in de uitdrukking „vlakheid van vermogens” schuil gaat? Evenals het woord „krankzinnigheid” is deze uitdrukking dermate vaag, dat de bepaaldheid van elders moet worden bij gebracht. In de rechtspraak en de litteratuur wordt de hier bedoelde toestand veelal omschreven als: zwakheid van verstandelijke vermogens, doch er is geen enkele reden om deze curateele - evenmin trouwens als de curateele wegens krankzinnigheid - voor lijders aan intelligentiestoringen te reserveeren. Zwakheid van geestvermogens dus? Doch wat heeft dan het woord „•^wakheid” te beteekenen? Dat een of meer van deze vermogens wel verminderd zijn doch niet ontbreken? Maar waar vinden we in de psychiatrie een aandoening waarbij een der psychische

1) Over de testeerbevoegdheid loopen de meeningen uiteen. Zie Asser-Scholten, Personenrecht, 6e druk, blz. 512. De meest aangehangen meening is, dat deze bevoegdheid is verloren gegaan. Aldus Asser-Scholten t.a.p. en de jurisprudentie, b.v. H. R. 24 Nov. 1916; W. 10053; N. J. 1917, 24.

2) H. R. 19 Juni 1914, W. 9738.

3) Een onberaden huwelijk kan verhinderd worden. Zie art. 116. 6° R.W.

SUPPL.

Sluiten