Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PSYCHIATER TEGENOVER DE NEDERLANDSCHE WET

VI. OVEREENKOMSTEN

Wat rechtens is ten aanzien van overeenkomsten, gesloten door onder curateele gestelde krankzinnigen, is hiervoor reeds uiteengezet. In deze paragraaf behoeven we slechts te spreken over niet onder curateele gestelde krankzinnigen.

De wet eischt in art. 1336 B.W. voor de geldigheid van een overeenkomst de „toestemming” van hen die zich verbinden. Ook deze juridische uitdrukking laat zich vertalen met de meermaals gebruikte formule: besef van de beteekenis en de gevolgen van zijn handeling. De gevolgen moet men hierbij echter niet te ruim nemen: slechts die gevolgen komen in aanmerking, die onmiddellijk en noodzakelijk uit de overeenkomst voortvloeien. Een voorbeeld: een krankzinnige koopt een revolver om daarmee den man die hem in zijn wanen voortdurend achtervolgt, te dooden. Indien deze man beseft wat koopen is, wat een revolver is, of de prijs niet buitensporig is, dan bestaat er voor den jurist geen enkele reden, de geldigheid van deze overeenkomst te betwisten. Anders wordt dit, indien de man van meening blijkt te zijn, dat een revolver een magisch voorwerp is, waarmee men een ander op een afstand van 100 k.m. kan dooden, of wanneer hij niet beseft dat wanneer men iets koopt, men daarvoor den prijs zal moeten betalen.

Voor den jurist komt het slechts op deze dingen aan. Niet van belang is voor hem bij het beoordeelen van de geldigheid van een overeenkomst, of het besluit tot het aangaan van de overeenkomst onder den invloed van ziekelijke of andere motieven is ontstaan. Zoo kan b.v. iemand lijden aan een ziekelijke zucht tot het verzamelen van hoofddeksels. Indien zoo iemand een hoed koopt met de bedoeling deze aan zijn verzameling toe te voegen, komt een geldige overeenkomst tot stand. Neemt echter deze verzamelwoede zulke enorme afmetingen aan, dat hij dreigt zichzelf financieel te gronde te richten, dan zou daaruit kunnen blijken, dat hij de beteekenis van het geld niet meer kent en derhalve niet meer beseft wat hij doet.

Volgens art. 302 B.W. moet het bestrijden van een door een krankzinnige gesloten overeenkomst in het algemeen tijdens het leven van den patiënt geschieden. Na zijn dood is dit slechts mogelijk, indien vóór zijn dood de curateele was aangevraagd of indien „het bewijs van de kwaal uit de bestredene hande-

SUPPL.

Sluiten