Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met hun hondje, maar vooral met hun kindje.

Ze dankten God er voor.

Ze gaven hun kindje ook een naam. Bertus noemden ze hem. Zo heette zijn vader ook. Dat was een mooie naam, vonden ze.

En het hondje noemden ze Bruno, omdat het bruin was. Dat was óók een mooie naam.

Het kleine hondje at goed. Het had scherpe, witte tandjes en sterke kiezen. Daar kon het goed mee bijten en kauwen. Kaaskorstjes en aardappels, spekzwoertjes en brood, het lustte alles. En altijd had het honger. Soms kreeg Bruno een bot, waar nog een beetje vlees aan was. Dan was het feest in de mand. En als er niets meer af te kluiven was, ging hij er mee spelen in de tuin.

Sluiten