Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kleine jongetje kon nog geen botjes kluiven. En ook geen brood eten. Het had nog geen tandjes en kiezen. Het kon alleen maar melk drinken van zijn moeder. En als het gedronken had, werd het weer te slapen gelegd in de wieg.

Het hondje speelde de hele dag.

En het jongetje sliep de hele dag.

Maar ze groeiden alle twee goed, Bruno het hardst.

Het hondje wist niets van het kindje.

En het kindje wist niets van de hond.

2. TOEN HET ZOMER WERD

Toen gingen er weken voorbij. Het werd zomer. Het * werd mooi, warm weer.

Bruno was nu al veel groter geworden. Hij was een

Sluiten