Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de schuur in en kroop, jankend van angst, in zijn mand.

De boerin nam Bertus op haar arm. Zij droogde zijn tranen.

„Stil maar, hoor!. .. . Stil maar...."

En ze zei: „Als de wieg weer buiten staat, moet de deur van de schuur goed dicht. Die wilde hond mag er niet meer bij.”

„Ja, dat moet," zei de boer. En toen ging hij naar de schuur.

Hij bromde op Bruno.

„Moet jij je kleine baasje wakker maken?. . .. Moet jij hem zó plagen?. ... Ondeugende hond!”.. ..

Bruno kroop op zijn buik door de mand. Hij jankte zacht.

„O baas, ik wou immers alleen maar met hem spelen!"....

Maar de baas begreep het niet.

4. KAMERADEN

De zomer ging voorbij. De wieg stond nog vaak in de tuin. Maar dan lag Bruno in de schuur. En de deur was op slot.

En die hele lange zomer zag Bruno het kleine baasje bijna niet meer.

De herfst ging ook voorbij.

De lange koude winter kwam.

Toen stond de wieg niet meer in de tuin. Toen moest Bertus binnen blijven in de warme kamer.

Soms, als Bruno in de tuin liep, hoorde hij zijn baasje. Dan ging hij voor het raam staan, met zijn poten op de vensterbank. Met zijn natte neus tegen de ruit. Zó groot was hij toen al geworden.

En dèn zag hij Bertus soms. Dan had de boerin hem op

Sluiten