Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bruno ging naar de schuur. Hij kroop in zijn mand. Hij wou een poosje slapen.

Toen ging Bertus óók naar de schuur. Toen kroop hij óók in de mand, bij Bruno. Dat kon best. En was nog plaats genoeg.

En toen ging hij ook liggen slapen, met zijn duim in de mond. Met zijn hoofdje op de zachte honderug.

Toen, na een poosje, kwam de boerin buiten.

Zij keek een beetje bang. Zij riep: „Bertus, Bertus, waar ben je?"....

Er kwam geen antwoord.

De boerin zocht in de tuin. Ze liep het huis om. Ze zocht op de weg. Ze riep.... Maar ze zag Bertus nergens. En het bleef heel stil.

Toen werd de boerin heel erg angstig. Zij ging den boer roepen. En toen zochten ze samen. In de tuin,.... om het huis,.... op de weg.... Ze gingen ook in de sloot kijken.... En ze liepen hoe langer hoe harder. Ze riepen hoe langer hoe luider.

„Ben je al in de schuur geweest?" vroeg de boer. Neen, daar was de boerin nog niet geweest.

Toen holden ze naar de schuur, allebei.

En toen vonden ze Bertus. Hij lag rustig te slapen, met de duim in zijn mondje. Met zijn hoofd op het zachte hondelijf.

De boer lachte. De boerin lachte en huilde tegelijk. Maar Bruno kon niet lachen. Die knipoogde. Die kwispelde hard met zijn staart.

De boerin nam Bertus in haar armen mee naar binnen. En de boer streelde Bruno. „Brave hond!.... Altijd goed op je baasje passen, hoor!"

Bruno blafte zacht.

Dat betekende: „Natuurlijk, baas. Wat dacht jij dan?"....

Sluiten