Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eens, op een middag, was Bertus met oude Gerrit en Bruno naar het land geweest. Naar de bosakker. Gerrit had aardappels gerooid. Bruno had liggen slapen op Gerrits jas. En Bertus had bramen geplukt.

Die groeiden daar aan de rand van het bos. Hele dikke zwarte.

„Spekbramen," zei Gerrit.

En toen had Bertus maar gegeten. Tien, honderd, duizend bramen misschien wel. Hele handen vol.

Hij was zo dik! Hij lustte niet eens meer koffie uit het blauwe blikje van Gerrit. En dat was anders zo leuk, om uit zo'n blauw blikje te drinken.

Toen het avond was, gingen ze naar huis.

Toen moesten ze eten. Het stond al klaar: aardappels met bietjes en spek. Maar Bertus lustte niets. En toen dacht hij weer niet goed na. Toen deed hij weer één van zijn domme dingen.

,,lk wil aardappels met boontjes!" riep Bertus. ,,En lekker vleesl"....

Maar dat kreeg hij niet. Natuurlijk niet! Hij moest aardappels met bietjes eten.

Toen werd Bertus boos. Hij sloeg met zijn vork op de tafel.

Moeder werd verdrietig.

En vader werd boos.

Vader zei: „Stoute jongens horen niet aan tafel. Vooruit, naar de schuur met je bord! Ga maar op de haverkist zitten!"

Toen werd Bertus naar de schuur gebracht. Het bord werd bij hem neergezet. En daar zat hij nu, alleen met de bietjes en het spek.

Bertus was boos. Zijn gezicht was rood. En twee dikke tranen rolden langzaam over zijn wangen. Tranen van boosheid en van verdriet.

Hij mopperde: „Bah, nare bietjes! Ik eet je toch niet

Sluiten