Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En heel verdrietig.

Toen kwam Bertus weer aan de rand van het bos. Maar niet bij de bosakker. Op een heel andere plaats.

Daar waren zandheuvels. En op een van die heuvels, op de hoogste, lag nog een klein beetje zon.Bertus dacht: „Ik zal boven op die heuvel klimmen. Daar groeien misschien de bosbessen wel"....

Maar toen hij eindelijk boven kwam, was de zon net weg. Die was gezonken, ver weg, in een grote heideplas. De hele plas was er rood van.

De bosbessen waren er niet.

Toen werd Bertus wel een beetje bang. Hij liep maar weer verder. Hij liep hoe langer hoe harder. Hij zocht hoe langer hoe haastiger.

Maar de bosbessen waren nergens.

En Bertus zijn voeten werden zó zwaar en zó moe. Bertus dacht: „En toen kwam moeder in de schuur. ... en toen was ik er niet. En toen riep zij de anderen en die wisten mij ook niet. En nu zitten ze allemaal te huilen bij de bietjes met spek”....

Toen Bertus dat dacht, moest hij zelf ook huilen.

„Ik ga naar huis,” snikte hij. „Ik heb honger". .. .

Hij klom weer een heuvel op. En toen.... o, toen stond hij vlak voor de plas.

De plas was nu helemaal zwart.

Bertus riep: „Moedèr!”.....

Maar de wind ruiste in de hei en in de struiken: „Rrss... . rrss. ... boos. ... boos"... .

Bertus liep hard terug.

Toen kwam er een konijntje aanwippen.

Dat ging rechtop zitten. Op zijn achterste pootjes. En toen het de tranen van Bertus zag, had het pret. Het ging rare sprongen maken van de pret.

En er zong ook weer een vogel. Hoor maar:

Sluiten