Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En alles was zo naar, zo verschrikkelijk naarl. .. .

Bertus ging op de grond liggen huilen.

Maar boven hem.... hoog boven hem....

Daar was een ster. Die straalde zo mooi. Die lachte vriendelijk tegen hem.

En boven die ster. .. . hoog daar boven.. . .

Daar woonde God. Die was zo goed. Die wou wel luisteren naar een kleinen jongen, die erg stout was geweest.

Bertus vouwde zijn handen. Hij kneep ze stijf ineen. Hij bad: „O lieve Heer, nu zit ik hier. Ik heb er zo'n spijt van. Breng mij toch weer gauw bij mijn moeder, lieve Heer. Dan zal ik wel alle bietjes opeten. ... En het spek ook wel.... Amen"....

En toen wachtte Bertus maar. Hij durfde niet verder. Maar de Heere zou wel voor hem zorgen.

Hij keek maar naar die mooie ster. Dan was alles lang zo erg niet meer.

Maar eindelijk werden zijn ogen moe.

Zijn ogen vielen toe.

Bertus sliep.

De ster lachte, vriendelijk en goed.

8. BERTUS WEER THUIS

Cr zweefde een lichtje door het bos.

*■“ Bertus sliep.

Er waren stemmen, die riepen: „Bertus!.... Bertus, waar ben je?"....

Maar Bertus werd niet wakker.

Toen kwam er een beest aanhollen. Een groot, donker beest. Dat zette zijn poten op de buik van Bertus. Dat duwde een koude, natte snoet tegen zijn wang.

Bertus merkte er niets van. Bertus sliep.

Sluiten