Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen schepte zij zelf de steenkolen. Dat gebeurde, toen het middag was

an!

„ Ta, moeder”....

„ an, wil je even met broertje spelen?”....

„Ik moeder?”

„Ja, jij Jan. Ik moet wassen in het schuurtje. Maar goed op hem passen, hoor!”

„Goed, moeder.”

Maar Jan had een boek met plaatjes. Die moest hij toch eerst nog even bekijken. En die plaatjes maren zó leuk, dat hij broertje helemaal vergat.

En broertje kroop door de kamer.

Hij trok een stoof om. Toen lag er een grote hoop as op de vloer.

Hij trok aan het tafelkleed. Toen viel het vaasje met bloemen om. De tafel was helemaal nat.

Hij haalde moeders naaimandje leeg. Hij strooide vaders tabak op de vloer.

En toen.... toen ging hij liggen slapen. Met zijn hoofd op een voetkussen. Midden in de rommel.

Toen kwam moeder weer binnen. Ze zuchtte. Heel diep en heel verdrietig!

Dat gebeurde, toen het avond was

Maar toen het avond was, gebeurde er nog iets. En dat was zó vreemd en zó wonderlijk, dat Jan het nóóit meer vergat.

„Moeder?”

„Wat is er, Jan?”....

„Moeder, ik wil zo graag een boterham.”

„Jij, Jan?”

„Ja, moeder. Mag ik een boterham? Ik heb net zo’n • • »» zm!....

„Goed, Jan.”

Sluiten