Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar moeder zat zo druk te naaien. Het leek wel, alsof zij het helemaal vergat.

Het duurde zo lang!

Jan zuchtte.

„Moeder?”

„Wat is er, Jan?”

„Moeder, geef mij nu een boterham?”

„Ik, Jan?”

„Ja, moeder. Mijn maag is net zo leeg. Doet u het nu?” „Goed, Jan.”

Moeder ging weer naaien.

En Jan zat weer te wachten. Het duurde zó lang.... Jan zuchtte nog dieper.

„Moeder”....

„Wat is er, Jan?”

„Moeder, eten we nu haast? Ik heb net zo’n honger”.... „Goed, Jan. Ga maar vast naar boven. Dan breng ik je boterham wel.”...,

Toen ging Jan naar boven. Hij kleedde zich langzaam uit. Hij ging liggen wachten. En moeder kwam maar niet....

Het was heel stil in huis. De wind fluisterde voor het raam. En het was al zo donker....

„Jan, je moeder heeft je vergeten.... vergeten ”

fluisterde de wind.

Toen werd het zo raar, zo verdrietig in Jans hart. Hij huilde een poosje, maar moeder kwam niet. Hij riep haar, heel hard, maar hij hoorde haar niet.

En toen werd Jan zó bang en zó verdrietig! Hij kon het niet meer uithouden. Hij sprong uit zijn bed. Hij sloop heel stil de trap af. Hij keek heel voorzichtig door een kiertje van de deur.

De lamp was op. En de tafel was gedekt. En moeder zat stil te wachten. Op wie wachtte ze toch?....

„Moeder,”’ huilde Jan, „hebt u mij vergeten?”.... Moeder nam Jan op haar schoot.

Sluiten