Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schoon mijn zonden vele zijn,

Maak om Jezus’ wil mij rein.

Amen.”

Henkje bad heel langzaam. En Wim heel vlug en zacht. En toen kleurde Wim nog veel erger. Want dat gebed, dat was de gróótste leugen!

„Wel te rusten, jongens....”

„Dag moeder....”

„Lekker slapen, hoor!”

„Ja moeder....”

Toen ging moeder weg. De broertjes bleven alleen. Moeder had mets gemerkt. Gelukkig niet.

En zij hadden het niet verteld. Lekker niet.

Nu konden ze rustig gaan slapen.

Het waait buiten.

De wind klopt aan de ramen. Rom-bom-bom! — Rombom-bom! Ik wil naar binnen, huilt de wind.

Het regent ook. De dikke druppels tikken op de ruiten. Rik-tik-tik! Tik-ke-tik!

„Wij ook! — Wij ook naar binnen!” zeggen de druppels. De wind vindt het gat in de ruit.

De regen vindt het ook. De wind waait in de kamer. De droppels tikken op de vloer.

Twee kleine jongens liggen er bang naar te luisteren. Het is nu heel donker geworden.

„Wim!.... Wim!.... Slaap je al!”....

„Nee, wat is er?”....

„O Wim, het waait zo erg! Als de ruit nu eens helemaal stuk waait, hè?.... Dan kan de wind helemaal in huis komen, hè Wim? Waait het hele huis dan om?”.... „Och, welnee, domme jongen, dat kan toch niet!”.... „Heus niet, Wim?”

„Wel nee, ga maar gauw slapen, hoor!.... Daag.”

Sluiten