Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar wel omdat ze het niet verteld hadden. En om de leugens. Dat was geen ongeluk. Dat was lelijk, boos bedrog.

Maar moeder was ook blij. En vader ook. Omdat ze toch nog gekomen waren.

Moeder zei: „Ik zie wel, dat je er spijt van hebt. Ik vergeef het jullie, jongens....”

„Ik ook,” zei vader.

Toen was met vader en moeder alles weer goed.

Toen zijn ze weer samen naar boven gegaan. Vader ging ook mee. Die heeft een plankje voor het raam gespijkerd. Toen hebben ze ook weer gebeden. Nu was het geen leugen. Nu was het een echt waar gebed uit het nart van twee kleine jongens, die erg berouw hadden. Dat gebed steeg omhoog. Dwars door wind en regen tot in de hoge hemel.

Toen was alles weer goed, helemaal alles. Ook met God. „Welterusten, jongens!”

„Dag moes.... Dag vader.”

De wind klopt aan de ramen. Rom-bom-bom!.... Rombom-bom!

Ik wil naar binnen, zegt de wind.

Maar hij kan het niet!

En de druppels tikken. Tegen de ruiten. Tegen de plank.... Rik-tik-tik.... Rik-tik-tik!.... Maar die moeten ook buiten blijven.

„Henkje!”....

Een heel slaperig stemmetje vraagt: „Ja, wat is er?”.... „Nu is de Heere niet meer boos, Henk! Nu is alles weer

goed Fijn, hè?”

„Ja ”

„Henkje, wat waait het lekker hè?”....

Maar Henkje slaapt al.

Sluiten