Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een schoteltje stond nog op het kastje. Daar stond het bittere drankje op. En een handdoek ning naast de wastafel.

„Gauw moeder!”

En toen pakte moeder het pakje uit.

Toen legde ze op het schoteltje

Twee koekjes.

En een héél klein beetje ijs.

„Maar jongen,” vroeg moeder, „hoe kom je daar wel aan?”

Kareltje vertelde alles.

Moeder keek naar het schoteltje. En dan naar haar jongen. En toen nog eens naar het schoteltje.

Het zag er niet lekker uit. Maar moeder proefde er tóch van. En zij vond het toch wel lekker. En ze zei: „O Kareltje, wat is dat koud!.... Wat ben ik daar toch blij mee, zeg! ..

Kareltje glom. Yan de warmte. Maar ook van plezier. „Ik hen heel hard gelopen!” zei hij. „Anders was alles op de straat terecht gekomen!”....

„Je bent mijn flinke jongen,” zei moeder.

Toen moest Kareltje een bakje water brengen. Moeder waste in bed haar handen. En Kareltje waste zijn handen bij de wastafel.

En toen mocht Kareltje even bij moeder op bed liggen. Met zijn hoofd in haar arm.

Met zijn schoenen op een krant.

Toen mocht hij de beide koekjes opknabbelen.

Op het kastje stond het bittere drankje.

En een glas lauw water.

En een vies, kleverig schoteltje.

En op de trap zat de poes van de buurvrouw.

Die likte de witte druppels op.

Sluiten