Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EERSTE REIS VAN SINDBAD DE ZEEMAN

'"‘poen Sindbad wakker •*- werd, kwam hij vol schrik tot de ontdekking dat men hem had achtergelaten. Hij holde nog naar de kust, tot groote schrik van de talrijke tweekoppige slangen en schreeuwde uit alle macht. Maar dat gaf natuurlijk niets; ’t schip was al veel te ver weg.

Het laatste puntje van den mast verdween achter dm horizon en daar zat Sindbad, heelemaal alleen overgeleverd aan het onbekende land, dat bovendien ver-' moedelijk een onbewoond eiland was. „Wat heb ik 'n pech 1” riep Sindbad wanhopig uit en hij trok de haren uit zijn hoofd, daar dit zoo in Bagdad en omgeving de gewoonte was als er iets onprettigs met je gebeurde. Daar kwam nog bij dat het in de buurt wemelde van vogels met groote sterke snavels, die nog nooit een mensch gezien hadden. Die vogels dachten dat’t hoofd van Sindbad een kokosnoot was en kwamen op zijn schedel pikken. En dat was ook al vervelend.

T 7at ben ik toch een ezel geweest," schreeuwde » ’ V Sindbad, „in Bagdad had ik het zoo goed en nu zit ik hier 1” Toen Sindbad een uurtje had zitten jammeren bemerkte hij dat hij daar ook niets mee opschoot. Hij sneed een dikke knuppel van ’n boom en wandelde nu landwaarts in. Je kon niet weten of er niet ergens menschen woonden. Hij begreep heel goed, dat die menschen best woeste wilden konden zijn, maar die ontmoeting waagde hij liever, dan dat hij hier den nacht in de wildernis moest doorbrengen temidden van slangen en ander gespuis.

\7^7el een uur lang had * * Sindbad gewandeld door ’t mulle zand, toen hty een diep en donker boscH bereikte. De boomen waren net zoo dik en hoog als to-r rens. Er groeiden varenplanten die bijna tot de wolken reikten en de slingerplanten waren zoo dik als" hier de gewone boomen zijn.'

Sluiten