Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EERSTE REIS VAN SINDBAD DE ZEEMAN

C indbad had nooit kunnen ^denken dat de vogel zoo hoog stijgen kon. In vliegende vaart ging het steeds verder omhoog, ett de dingen op den grond werden steeds kleiner. Nog steeds bleef de Roe stijgen net zoolang tot Sindbad de aarde in de verte als een voetbal in de ruimte zag zweven.

Dan daalde de Roe opeens naar beneden, recht omlaag, net als een valk die op zijn prooi schiet. Sindbad zag den grond weer op zich toeschieten. De bergen werden weer hoe langer hoe grooter en hij zag hoe Roe neerdaalde in een diepe spelonk, waar hij blijkbaar een geschikte prooi had opgemerkt. Zoodra de vogel den grond bereikt had, maakte Sindbad heel snel den gordel los en wachtte tot Roe weer opsteeg. En ja hoor: nauwelijks had hij zich losgemaakt of de vogel klapwiekte en verdween even snel als hij gekomen was, thans met een reusachtige slang in zijn bek.

Zoodra Sindbad de oogen durfde openen en om zich heen keek, maakte een nieuwe schrik zich van hem meester. Hij zag dat hij zich in een ontzettend diepe spelonk bevond. De afgrond was zóó diep, dat het licht van de zon er nauwelijks tot den grond kon doordringen. Sindbad behoefde niet eens te probeeren om naar boven te klimmen, want de rotsen waren veel te steil. Daarbij dreigde nog een ernstig gevaar. Links en rechts klonk er luid gesis. Dat waren slangen die hun schuilplaats hadden in de diepe rotsspleten. Zoolang het dag was had Sindbad niets te vreezen, maar als het avond werd, dan zouden ze te voorschijn komen.

'T'erwijl Sindbad verder schreed, op zoek naar eèn uitweg, ontdekte hij dat de bodem van den afgrond bedekt was met reusachtige diamanten, hij wist niet eens dat ze zóó gróót bestonden. Maar wat gaf hij op dit oogenblik om die kostbare steenen ?

Sluiten