Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EERSTE REIS VAN SINDBAD DE ZEEMAN

Temand die in levensgevaar -*“is geeft niets meer om goud en rijkdom. Door de diepte van de kloot begon de duisternis al spoedig der, afgrond te vullen. Het sissen der slangen werd steeds luider, en hier en daar kropen ze al te voorschijn: leelijke kwaadaardige beesten met groengele vinnen.

Sindbad besloot eerst vooral maar een schuilplaats te zoeken voor den nacht. Elk oogenblik konden de slangen hem omringen en één was al sterk genoeg om zich om hem heen te slingeren en hem doodeenvoudig te kraken. Eindelijk vond Sindbad in den rotswand een geschikte holte. Heel voorzichtig kroop hij erin. Hij hield zijn stok vooruit om te voelen of het hol misschien ook door slangen bewoond was. Maar gelukkig was het leeg,

Sindbad kroop in ’t donkere hol en dekte den ingang af met een paar groote keien die hij daar vond. „Ziezoo," zei hij, toen hij gereed was, „laten de slangen nu maar komen.” En hij lachte, ook al was het een beetje witjes. Weldra kwam de nacht en met den nacht de slangen. Ze schuifelden in heele troepen naderbij en zochten een gaatje om binnen te dringen. Sindbad hoorde duidelijk hun woedend gesis, ’t Was heel goed te begrijpen dat hij zich toch niet op zijn gemak gevoelde en den heelen nacht geen oog dicht deed. Maai ook aan deze ellende kwam een eind. Door de kieren tusschen de steenen zag hij dat ’t dag begon te worden.

jD ehoedzaam schoof hij ^de keien opzij en kroop naar buiten. Aanvankelijk kon hij nergens meer een slang ontdekken, maar even later zag hij dat ze hem in de verte vanaf de rotsen beloerden. Ze wachten op den tweeden nacht, daar ze hem dan zeker wel zouden krijgen.

Sluiten